SCHILDEREN

Op mijn 15e verjaardag kreeg ik een schilderskist met olieverf, medium en penselen. Ik wist er nog niks van en was teleurgesteld toen de olie in het papier verdween. Pas jaren later ben ik het gaan gebruiken op geprepareerde boardjes. De smeuïge glanzende derrie, de geur en vooral de diepte van de kleuren werden mijn dagelijkse kost.

Begin jaren ’90 had ik een enorm lokaal van de voormalige Julianaschool aan de Franklinstraat in Enschede als atelier. Ik was er zielsgelukkig. Ik wilde groot en bovenmaats schilderen, niet gekaderd worden door een frame. Grote lappen linnen niette ik vast op de muur en smeerde ze met hazenlijm in. Ook die geur hoort bij m’n schildersparfum. De muur was mijn ezel. Soms de vloer. Aarde, pigmenten en acryl gebruikte ik bij de olieverf op los doek op de grond. Vincent van Gogh wilde zijn verf eten, ik wilde er in zwemmen, in wroeten.

Toch kwamen de doeken op raam er ook, werd het werk kleiner. Vertrok ik naar een ander atelier, ditmaal de zolder van de oude lagere school aan de Borstelweg.

Na de verbouwing van ons huis in 2010 had ik m’n eigen atelier in huis. De allermooiste plek. Maar ik schilderde nauwelijks nog. Het heeft even geduurd voor ik weer terug was. Niet-schilderen is een armetierig bestaan.

Reacties gesloten.